Yoyo’s Far East blog 2018, 20 t/m 22 februari

DINSDAG 20 T/M DONDERDAG 22 FEBRUARI

De laatste paar dagen op Palawan

Moeder Anneth zit om half tien keurig aan het ontbijt. De beide jongedames zijn pas om kwart over tien klaar met Whatsapp, Facebook en optutten. Ze zien er uit om te zoenen: de biologie zorgt voor een onweerstaanbare combinatie van kinderlijke onschuld en geraffineerde sex-appeal).

Veel tijd voor een uitgebreide conversatie is er niet, want ze moeten hun vlucht naar Manila halen. Nog wat laatste fotootjes en daar gaan ze…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als ik ze heb uitgezwaaid begint er voor mij een lekker lui dagje, met een beetje bloggen (de wifi is zo lui dat ik hem voor de rest van de dag vrijaf geef)), zwemmen en een heerlijke massage. In de kiosk aan de overkant laad ik mijn simcard nog even op (door alle internetpogingen vliegen de gigabytes er doorheen) en bij Lala Panzi liggen de kleren klaar die ik heb laten repareren. Het is daar een drukke bedoening, met de aankomst van nog meer familieleden (o.a. de – broodmagere – zus van Karen uit Australië) en de voorbereidingen voor de jam-session van vanavond. Heerlijk dat ik hiernaast een oase van rust heb.

Ik doe nog een dutje om na te genieten van de massage en bestel daarna een simpele avondmaaltijd van komkommersla met garlic rice en spiegeleieren (ben benieuwd naar mijn cholesterolspiegel, met dagelijks al die eieren J). Veel vegetarische keuzes hebben ze hier niet en van sojaproducten hebben ze nog nooit gehoord. Dit is een land van vlees en vis, waar ik af en toe aan mee doe met wat kip of garnalen.

Om kwart over negen ben ik weer in Lala Panza, waar ik van vele kanten hartelijk word begroet. Bebot speelt bij de ronde bar beurtelings met één bongo-maatje maatje en met een groepje bevriende muzikanten. Hij heeft een prachtige warme stem en beschikt over een een uitgebreid zestiger-jaren-repertoire, alsmede een paar eigen composities.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Karen zit in al haar glorie en vol adoratie naar haar zingende partner te kijken. Elke zaterdagavond wordt ze weer opnieuw verliefd op hem… 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er wordt weinig gedanst – veel mensen zijn met elkaar in geanimeerd gesprek – maar ik heb zelf wel zin en leef me dus lekker uit. Dat werkt aanstekelijk, want ook anderen komen nu in beweging. Verschillende mensen uit het publiek nemen de uitnodiging aan om hun eigen bijdrage te leveren en ik zing een Osho love song, eerst zonder muziek en dan met geïmproviseerde begeleiding.

Tengere Antonio zit ook aan de bar en geniet zichtbaar. Ik geef hem een ansichtkaart van mijn schilderij ‘Sharing’ als aandenken. Hij straalt!

 

 

 

 

 

 

 

De tijd vliegt voorbij. Een bier en twee gin-tonics later is het bij twaalven en maak ik mij los van het gezelschap.De poort van Floral Villarosa zit op al slot en ik moet de nachtportier wakker bonzen…

Dan slaap ik als een roos.

 

WOENSDAG 21 FEBRUARI

 

Van Palawan via Manila naar Caticlan/Boracay

Na de yoyoyoga en het zwemmen neem ik uitgebreid de tijd voor een fruit-/pannenkoekontbijt.

Vanmiddag om iets voor vijf vlieg ik in een uur en tien minuten naar Manila. En vandaar morgen in een uur naar Caticlan op Boracay. De shuttle naar het vliegveld komt om kwart voor twee, dus ik heb nog tijd voor mijn hobbies.

In de tuin is een paviljoen met een fan. Als ik mijn koffers heb gepakt (dat gaat steeds sneller!) installeer ik me daar om me verder te verdiepen in het videomontageprogramma Filmora. Ik ontdek nu hoe ik filmfragmenten kan inlassen, het geluid kan versterken en vanuit het programma kan opnemen met de webcam.

Als ik een geschikt plekje in de tuin heb gevonden, maak ik een aantal proefopnamen voor de Engelse intro van mijn talks. Het valt nog niet mee om voor zo’n camera-oog te ontspannen en op natuurlijke wijze je verhaal te doen alsof je tegen een vertrouwde vriend praat. De tijd vliegt weer voorbij…

 

Dan komt Anjie zeggen dat de van voorstaat. Na de obligate selfies neem ik ook hier afscheid – en dan ben ik weer anoniem op reis.

In de grote hal van het kleine vliegveld van Puerto Princesa staat een lange rij voor de security-check. Niettemin weersta ik bij de check-in de verleiding om gebruik te maken van een rolstoel die mij wordt aangeboden: ik word kennelijk herkend als ‘senior citizen’ en die worden hier met groot respect en égards behandeld.

Een uur later zit ik bij de gate in de vertrekhal. Nog drie kwartier vóór we gaan boarden (denk ik). Maar de vlucht blijkt ruim een uur vertraging te hebben, dus ik wijd me maar weer aan mijn blog: de beste manier om wachttijden te verkorten. Af en toe loop ik even rond om de benen te strekken en ik koop wat bananencrisps en cashewnoten, want aan boord worden geen maaltijden geserveerd.

De vlucht verloopt voorspoedig en voor ik het weet (dankzij mijn blog) dalen we alweer voor de landing op Manila.

Daar vul ik bij de ATM mijn cash aan en ik bel de host van Sea Residences om te zeggen dat ik later aankom. Geen gehoor. Dan bel ik het info-nummer van het hotel. Ook geen gehoor. Nou, dan maar meteen naar de taxi. Daar staat een wachtrij van hier tot Tokio. Gelukkig mag ik in de rij van de senior citizens en krijg een stoel. Niettemin duur het nog een uur voordat ik aan de beurt ben voor een taxi.

Als ik tegen negenen bij Tower C in Sea Residences ben aangekomen, vraag ik bij de balie naar James Home, die ik van Booking.com heb opgekregen als zijnde mijn host. Die blijken ze niet te kennen. Ik geef ze zijn telefoonnummer. Maar dat geeft nog steeds geen gehoor. OK, ik pak mijn reserveringsnummer erbij – maar ook dat kunnen ze niet vinden.

Ongelooflijk. Ik zoek op mijn smartphone via Google naar een emergency-nummer van booking.com, maar overal wordt ik verwezen naar FAQ’s of vraagforums. De jongens van de receptie leven met mij mee, maar kunnen mij ook niet helpen.

Tja… of ik dan toch een kamer kan krijgen? Ja, dan kan, maar dan moet ik wel eerst mijn boeking annuleren. En het kost € 47,- in plaats van € 37,- (zonder ontbijt).

OK: ik zal later wel mijn beklag doen bij booking.com. Het voornaamste is dat ik een bed heb om in te slapen.

Chi, mijn gastvrouw, brengt me naar weer zo’n een pijpenla-appartementje op de 9e verdieping van Tower D. Met akelig wit licht, behalve in het slaaphok, waar een elektrisch-blauwe plafonnière lezen onmogelijk maakt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Met uitzicht over de Mall of Asia. Ze legt me uit waar alles is en we maken een praatje. Zelf slaapt ze in Tower A. Zij is op haar 24ste single zonder kinderen en heeft de zorg voor twee units, maar haar bazin exploiteert er 50. Ik tel mijn zegeningen als ik me een voorstelling probeer te maken van haar leven…

Als ze weg kijk even naar het uitzicht vanaf het balkonnetje achter het bedhok. Ook hier is de Mall of Asia dichtbij, vanuit een iets andere hoek.

 

 

 

 

 

Eerst maar even een douche nemen. Oeps… er zijn geen handdoeken. Ik bel Chi, en vijf minuten later komt ze er één brengen. Even later ontdek ik dat er ook geen w.c.-papier is. Maar ik wil voor tienen nog even kijken of ik ergens een hapje kan eten (Sea Residences zelf heeft geen restaurant), dus ik bel haar weer en vraag haar om een rol af te geven bij de balie. Dat zal ze doen.

De jongens van de receptie weten me te vertellen dat er rechts naast de uitgang een snackbar is. Die blijkt nog open te zijn. Maar de vette (vlees)happen die ze in de vitrine hebben staan trekken me niet aan – en ze doen niet aan fried vegetables.

Aan de overkant is een chique ogend hotel waar ik mijn geluk beproef. En ja, een vriendelijke jongeman brengt mij naar een heel groot vrijwel leeg restaurant op de bovenste verdieping, waar ik zowaar een vegetable fried rice kan krijgen! Gin-tonic hebben ze niet, en ik heb geen zin in bier of wijn, dus ik ga voor een whisky met water. Hèhè, tijd om te ontspannen en om me heen te kijken. De enige andere gasten zijn een oudere blanke heer met een jonge Filipijns meisje, die samen veel plezier hebben. En er is een groot TV-scherm zonder geluid, met het CNN-nieuws.

Op mijn gemak geniet ik van de (heerlijke!) groentenschotel Het is veel teveel, dus ik eet maar een beetje en laat de rest inpakken, als ontbijt voor morgen. Wel neem ik nog een pannacotta met mango toe. Alles samen voor nog geen tientje…

Dan ontdek ik dat mijn kamersleutel niet in mijn tas zit. Paniek! Ik bel Chi, die me lachend vertelt dat ik die bij de balie heb laten liggen. Zucht van verlichting. Ze heeft daar overigens een rol w.c.-papier afgegeven.

 

 

 

 

 

 

 

Via een lift, een paar lange hotelkamergangen en een roltrap vind ik mijn weg weer naar beneden. Als ik iets over elf weer in mijn pijpenlaadje arriveer, wil ik volgens de instructies op de koelkast de wifi activeren. Maar het aangegeven netwerk blijkt niet te bestaan. OK, loslaten.

Na een (gelukkig wèl – zij het ‘zunig’ – werkende) warme douche neem ik nog een foto van het afschuwelijke blauwe licht in mijn bed-hokje en van de Mall of Asia aan de overkant.

In bed versnoep ik via mijn smartphone als ‘slaapmutsje’ een aantal Mb voor een Sadhguru filmpje…

 

DONDERDAG 22 FEBRUARI

 

Weer weg uit Manila, heerlijk!

In het hoge bed (3 dikke matrassen op elkaar) heb ik heerlijk geslapen. Ik word om half acht al vóór de wekker wakker en schrijf, knus in de kussens, een uurtje aan mijn blog (lokaal in Word, in afwachting van weer eens een goede internetverbinding).

Na het douchen en pakken neem ik een paar hapjes van de left-over van gisteren en laat de rest in de koelkast voor Chi. Dan ga ik naar de lobby, want langer in dit kamertje blijven vind ik niet nodig.

Hoewel mijn vlucht pas om 13.10 is, bestel een taxi voor 10.50 uur, want ik vermoed dat het verkeer rond de luchthaven nu nog wel wat drukker zal zijn dan gisterenavond.

Dan bel ik Chi, want die wil de sleutels komen ophalen. Maar ze geeft geen gehoor. De jongens van de receptie zeggen dat ik de sleutels ook – net als bij Shell Residences – in Chi’s mailbo kan leggen. Dat doe ik dus maar. Even later zie ik een berichtje van Chi dat ze niet kan komen, en of ik de sleutels in de kamer wil achter te laten.

Ik schrijf terug dat ze al in haar brievenbus zitten en dat blijkt OK.

Om 10.50 blijkt er geen taxi besteld te zijn, maar ze blijken er gewoon een te kunnen inwuiven van de overkant…De taxirit kost € 4,80 en voor € 0,75 extra nemen we de skyway naar het vliegveld.

Omdat ik zo vroeg ben, geen lange rijen voor de check-in. Ditmaal maak ik – gezien de eindeloze gangen die ik verwacht – dankbaar gebruik van het rolstoelaanbod. Mijn duwer Julius loodst mij behendig langs de security, parkeert me op mijn verzoek bij Cafe France en gaat dan zelf koffiepauze nemen. Hij komt straks terug om mij naar de gate te brengen.

Ik bestel een iced mocha, een sandwich met tonijn (voor straks) en een amandelcroissant. Dan installeer ik me gezellig aan een tafeltje en stuur eerst Stephen, de gids die Abdul Caticlan voor mij georganiseerd heeft in Caticlan, een sms’je om te laten weten hoe ik er uitzie – lange witte jurk, witte shawl, wit haar, met twee rode koffers en een rode schoudertas – en dat ik eventuele vertragingen zal doorgeven.

Zo, nu heb ik tijd om nog wat te lezen in ‘Hypnose for inner conflict resolution’, waar ik nog bijna niet aan toe ben gekomen.

Even op mijn instapkaart kijken hoe laat we aan boord gaan. Wat?! 14.55 uur? Mijn vlucht gaat om 13.10! En het is nu 12.00 uur…

Ik spring in actie, veeg mij spullen bij elkaar en haast me met de iced mocha in de hand terug naar de security check, om te zeggen dat ik op een verkeerde vlucht ben gezet. De jongen vraagt om mijn boarding pass. Ik pak hem uit het achtervakje mijn tas en… heb er twee in mijn hand! Er zat er nog een oude in van een vorige vlucht – en daar had ik op gekeken…J We grinniken alle twee, ik schud de spanning uit mijn lijf en ik ga weer terug naar mijn tafeltje. Nou, ik heb mijn adrenalineshot voor vandaag wel gehad.

Julius komt me mooi op tijd weer ophalen en rijdt me naar de gate. De lange gangen vallen erg mee, want dit is de domestic airport en ik had dus in feite de rolstoel niet nodig gehad. Maar… ik mag lekker als eerste het vliegtuig in – en we vertrekken according to schedule.

Het vliegtuig is niet vol. Ik heb een stoel vrij vooraan aan het gangpad. Maar de twee plaatsen naast mij zijn vrij, dus bij het opstijgen ga ik toch maar aan het raampje zitten om naar beneden te kijken.

Ik zie de wolkenkrabbers van downtown Manila en de bergen van Noord-Luzon aan me voorbij glijden.

 

 

 

 

 

 

Dan verdiep ik mij alsnog in mijn boek – met als onderbreking deze verslaglegging.

Vierentwintig tijdloze uren op Boracay

Een uur later landen we keurig op tijd in Caticlan. We worden in een grote bus geladen en die maakt een hele rit door de stad naar de Arrivals hall en de Baggage Claim van Philippine Airlines. Al gauw heb ik mijn grote koffer te pakken en bij de uitgang kijk ik rond naar Stephen.

Geen Stephen. Ik loop langzaam langs alle mensen met bordjes naar de andere kant van het trottoir, waar wat banken staan voor wachtende passagiers.. Nergens een teken van herkenning.

Maar eens even kijken op mijn smartphone. Ja, een tekst van Stephen: “Where are you my friend? I am waiting outside the Arrivals Hall. Am not allowed to go in.” Zit hij misschien toch in een andere Arrivals Hall, ergens bij de terminal waar wij landden? Ik sms terug waar ik zit en besluit maar weer eens in de richting van de uitgang te lopen. Een mevrouw suggereert dat hij ook nog zou kunnen zitten in de Arrivals Hall van de bootterminal.

Maar nee, daar is hij! Een tengere jongeman met een zwarte pet en een parelwitte smile, in een fris wit shirt en blauwe spijkerbroek.

We begroeten elkaar hartelijk en lachen allebei om het misverstand. Stephen, sinds 12 jaar een vriend en toegewijde guide van mijn Saoudi-Arabische medepassagier van de vlucht Manila-Palawan – die hier jaarlijks vakantie houdt en vermoedelijk in zijn vrouwenbehoefte komt voorzien J)), zal mij voor de 24 uur die ik hier heb onder zijn hoede nemen, zorgen dat het mij aan niets ontbreekt, morgenochtend een privé boottrip regelen naar het kleine en bijzondere eiland Christal Cove en mij morgenmiddag ruim voor 15.00 uur afzetten bij de de FastCat ferry, die mij in 3 à 4 uur naar Bulalacao in Mindoro zal brengen.

Hij loodst me door de drukte heen naar de tricycle standplaats en weet er al snel eentje te scoren. We moeten eerst naar de haven (een rit van tien minuten, met de wind in mijn haren door de pittoreske straatjes van Caticlan), voor de oversteek van 15 minuten naar Boracay.

Vóór het havengebouw krioelt het van de mensen en er staat een lange rij.

“Sluit maar aan, dan zorg ik intussen voor onze kaartjes. Ik neem de grote koffer wel mee.” Twintig minuten later (ik waan mij weer even in China…) ontmoeten we elkaar weer in de ronde hal. Stephen heeft de tickets, we moet nog een registratieformulier invullen en dan kunnen we door naar de lange pier en de eerstvolgende vertrekkende catamaran. Heerlijk, even op het water. Het is een stralende dag en ik geniet van alle blauwschakeringen van de zee. Ik heb nog wat cashewnoten bij me van Manila Airport. Stephen houdt daar blijkbaar ook van.

In Boracay heeft hij binnen de kortste keren weer een tricycle te pakken en die brengt ons in twintig minuten naar hotel Nirvana, waar voor vannacht een kubo (bamboe hut) voor mij is gereserveerd: de laatste die nog vrij was.

Nirvana blijkt een oase in deze niet voor niets door toeristen overstroomde stad, in 2016 uitgeroepen als de mooiste ‘Sight, Sea & Sunset plek ter wereld.

Door een mooie tuin kom ik bij mijn hut, die airco heeft, een breed bed en een badkamer met een gulle warme douche. Behalve het ontbijt is ook wifi  inbegrepen. Maar de code blijkt niet te werken – en dat komt tijdens mijn verblijf ook niet meer goed.

Stephen gaat even naar zijn woonplek (5 km van hier) op zich op te frissen en ik gebruik die tijd voor een douche en een dutje.

Terwijl ik uitrust gaan mijn gedachten naar vorig jaar, toen ik met vriendin Leny uit Bulalacao ook een paar onvergetelijke dagen doorbracht op Boracay. We hebben toen een stel ontmoet waar we een paar hele leuke ontmoetingen mee hadden: Rune en Maria. Hij is een Deense ‘viking’, zij een in Australië opgegroeide Filipina. Samen waren ze een guesthouse aan het opzetten en zij zat aan te hikken tegen het beginnen met een praktijk voor aerial yoga. We hebben nog een keuze-weerstandoefening gedaan op haar ‘ja-maars’.

Zouden ze hier nog wonen? En heb ik hun gegevens nog? Ik zoek even in mijn smartphone notities en ja hoor! Daar zijn ze. Ik stuur ze een sms’je om te vragen of een ontmoeting vanavond er in zit en ga dan nog even plat.

Show time en oude vrienden

Om half zes komt Stephen mij ophalen voor het vermaarde happy hour on the beach, met de spectaculaire zonsondergang achter de silhouetten van de heen en weer varende zeilboten. Stephen weet een tafeltje vanwaar we straks ook een goed uitzicht hebben op de fire show die om zeven uur begint. We nemen een San Miguel light en genieten dan zwijgend van de zinkende zon die de horizon een tiental minuten in een gloedvol kleurenspectrum zet en dan verdwijnt (er is hier niet zoals bij ons een langzame schemering: om 18.00 uur ‘gaat het licht uit’ en om 06.00 uur weer ‘aan’.

Dan is er een sms’je van Rune: “delighted to meet up tonight!” Hij moet nog een gitaarles geven, maar zal vanaf 20.00 uur in de Levant bar zijn in een rustige uithoek van het eiland, waar we ook vorig jaar menig geanimeerd uurtje hebben doorgebracht. Maria kan helaas niet komen want zij heeft vanavond met een paar vriendinnen een ‘Ladies Night’.

OK, Stephen weet waar die bar is en zal mij straks daarheen begeleiden. We nemen een piña colada cocktail en een corn-shrimp soup en installeren ons voor de fire show. Het beach terras is intussen helemaal volgestroomd, maar wij zitten prinsheerlijk vooraan.

Met open mond ga ik op in de ongelooflijke prestaties van een aantal atletische jongens met ontbloot bovenlijf en een sexy meisje, die elkaar een uur lang overtroeven in acrobatische toeren met vuurpotten aan een touwtje.

Tegen half negen komen we aan bij de Levant bar. Hier is geen vloer: de beach loopt als het ware door naar binnen.

Bij de hoefijzervormige bar zit Rune op dezelfde plek als vorig jaar, met een paar van zijn vrienden die wij toen ook hebben ontmoet.

We vliegen elkaar om de hals en nemen het gesprek weer op alsof het gisteren was dat we elkaar voor het laatst zagen. Hoewel Stephen al deze mensen blijkt te kennen, trekt hij zich bescheiden terug naar een plek iets verderop aan de bar, waar hij zich te goed doet aan een maaltijd die ik hem aanbied. Zelf neem ik fish fingers en water (aan het eind van de avond ontdek ik dat ik vergeten ben iets alcoholisch te bestellen…)

Twee uur lang laven we ons aan een hartverwarmend weerzien en praten we bij. Het gaat goed met ze, vertelt Rune; het guesthouse is bijna klaar en als het af is gaan Maria en hij samen een rondreis maken, te beginnen in Hongkong. Ook heeft hijplannen om een opvouwbare tipi te maken waarmee hij in Frankrijk met zijn dochter (die daar bij haar moeder woont) vakanties kan houden. Maria is overigens inmiddels met een goed lopende aerial yoga praktijk begonnen op het dak van hun guesthouse.

Tegen half elf nemen we afscheid: ik moet morgen om half zeven op voor de mini-trip naar Christal Cove Island.

Stephen en ik lopen in 25 minuten terug naar mijn hotel en verzadigd strek ik mij uit op het brede bed, met mijn linkerbeen op een paar kussens, want mijn enkel is van het wandelen en de warmte wat opgezet.

Hoewel ik niet of nauwelijks slaap. geniet ik van het zomaar zijn en het kijken naar langstrekkende flarden van gedachten…

 

 

No comments yet.

Laat je reactie achter